словарь польский - нидерландский

język polski - Nederlands, Vlaams

bić на голландском языке:

1. sloegen sloegen


Pompeius en zijn soldaten sloegen op de vlucht.

2. verslaan verslaan


Als het op snurken aankomt kan niemand meneer Snurk verslaan.
Laten we Japan verslaan!

Нидерландский слово "bić«(verslaan) встречается в наборах:

Podstawowe zwroty - niderlandzki