словарь английский - нидерландский

English - Nederlands, Vlaams

quite на голландском языке:

1. heel


Soms ga ik lopend naar het werk en soms op de fiets, want ik woon heel dicht bij mijn werk.
Heel de stad zat zonder elektriciteit.
Ons blauwe beddengoed hoeft niet gestreken te worden en is heel lekker zacht; je verheugt je er 's avonds altijd al op om naar bed te gaan!
Ik hou van deze flat. De ligging is goed en bovendien is de huur niet zo heel hoog.
Heel romantisch!
Engelse zwanen zijn heel anders dan die bij ons. Ze zijn veel beleefder en ze zwemmen links.
Liefdesplezier duurt maar een ogenblik, liefdespijn duurt een heel leven.
Om wat informatie te bekomen over Japans economische problemen, zult ge dit boek heel nuttig vinden.
Jullie moeten heel stil zijn en op jullie tenen lopen. Het baby'tje slaapt.
Ze schaamde zich heel erg toen haar kind zich erg misdroeg in het openbaar.
Als je iets niet graag hebt in iemand, is het heel goed mogelijk dat jij dat ook hebt.
De politie is er heel goed in om te begrijpen dat iemand mijn creditcard gestolen heeft en een heleboel geld heeft opgenomen. Het is veel moeilijker om ze bij te brengen dat "iemand mijn magische zwaard gestolen heeft".
Kun je niet één keer op tijd komen? Ik wacht al een heel uur op je.
Om nieuwe werkgelegenheid te scheppen kan de moderne technologie heel veel bijdragen.
De mensen zijn dikwijls heel sceptisch over dingen als er geen geloofwaardige verantwoording voor is.

Нидерландский слово "quite«(heel) встречается в наборах:

hv1d unit 1 study box 2
studybox 1 les 2
Study-box 1 English

2. vrij tamelijk



3. nogal


zo wordt nogal eens gedacht
Het is nogal koud.
Het weer is nogal mooi vandaag.
En net als vele kleine steden in Engeland, heeft het nogal een lange geschiedenis.
Dat is nogal onverwacht.
Er waren nogal wat rotte appels in de mand.
Mijn nieuwe laarzen zijn van echt leer en hebben nogal hoge hakken.
Hij is nogal levendig.
Ze voelde zich nogal moe.

Нидерландский слово "quite«(nogal) встречается в наборах:

De populairste Engelse woorden 401 - 450
2000 Most Used Dutch Words (1/2)